Door deze website te gebruiken gaat u akkoord met het gebruik van cookies op de website.

Tips

Praktische tips voor het beheren van e-mail

Op deze pagina komen de volgende onderwerpen aan bod:

  • Windows Live Mail nu standaard mèt Nederlandstalige spellingscontrole
  • E-mailaccounts webbased of lokaal via een e-mailprogramma beheren
  • Gmail of Microsoft-account vanuit een e-mailprogramma beheren
  • Vanaf verschillende locaties het e-mailaccount beheren
  • Veilig omgaan met de inloggegevens
  • Algemene tips bij het versturen van e-mail
  • Veelvoorkomende problemen bij het e-mailen

E-mail webbased of met een e-mailprogramma beheren

E-mailberichten worden (al dan niet tijdelijk) op een daarvoor door de e-mailprovider beschikbaar gestelde mailserver opgeslagen. Voor het verzenden en ontvangen van e-mail vereist de mailserver een specifiek communicatieprotocol. Dit protocol bepaalt op welke manier met de server moet worden gecommuniceerd. In de wijze van communiceren is vastgelegd op welke manier een account kan worden beheerd: webbased (met een webbrowser via het internet) of lokaal vanuit een e-mailprogramma. De meest gangbare communicatieprotocollen zijn HTTPS (voor webbased e-mailbeheer), POP3/SMTP (voor beheer vanuit een e-mailprogramma waarbij de berichten lokaal worden opgeslagen) en IMAP (voor beheer vanuit een e-mailprogramma waarbij de berichten online op de mailserver blijven staan). Ondersteunt een e-mailprovider meerdere protocollen, dan kan het e-mailaccount dus ook op verschillende manieren worden beheerd!

Het e-mailaccount vanuit een e-mailprogramma beheren

De meest gebruikte e-mailprogramma’s onder Windows zijn Outlook ExpressWindows Mail,Windows Live Mail, de app Mail en Outlook. Voordat een e-mailaccount vanuit een e-mailprogramma kan worden beheerd, moet het e-mailaccount eerst aan het e-mailprogramma worden toegevoegd en afgesteld. Voor het toevoegen van een Microsoft-account is slechts het e-mailadres en het wachtwoord benodigd, voor alle andere e-mailadressen zijn tevens de gebruikersnaam en de gegevens over de mailservers voor inkomende en uitgaande e-mail (en eventuele beveiligingsinstellingen zoals afwijkende poortnummers) benodigd.

Voor het communiceren met de mailserver wordt meestal gebruik gemaakt van het relatief eenvoudige POP3-/SMTP-protocol (POP3 voor het ontvangen en SMTP voor het verzenden van e-mail). Bij gebruik van dit protocol worden ontvangen e-mailberichten na downloaden lokaal opgeslagen waarna ze (volgens de standaard instellingen) van de POP3-server worden verwijderd. Ook van de (via de SMTP-server) verzonden berichten blijft standaard een kopie achter in het e-mailprogramma. De berichten zijn hierdoor altijd lokaal toegankelijk, ook wanneer de computer geen verbinding met het internet heeft.

Bij gebruik van het IMAP-protocol worden alleen de headers (afzender, onderwerp, verzenddatum, etc.) van de e-mailberichten gedownload, het e-mailbericht blijft na openen standaard op de mailserver staan. Omdat de e-mail op de mailserver blijft staan, maakt het dus ook niet uit op welke locatie het account wordt beheerd! Vanwege dit praktische aspect én omdat het protocol zeer efficiënt met de bandbreedte omgaat, is IMAP met name interessant voor gebruikers van mobiele apparaten.

Het e-mailaccount webbased beheren

Bij het webbased (via de webbrowser als Internet Explorer) beheren van het e-mailaccount wordt gebruik gemaakt van het HTTPS-protocol. Dit protocol zorgt ervoor dat de over en weer verzonden informatie wordt versleuteld waardoor het voor derden vrijwel onmogelijk is om toegang tot de vertrouwelijke informatie te krijgen. Omdat alle handelingen (lezen, schrijven, verzenden, ontvangen, etc.) webbased worden uitgevoerd, is het account vanaf elke willekeurige internetverbinding te beheren.

De webbased mailbox is toegankelijk via de website van de e-mailprovider. Naast de bekende ‘webmail’-accounts (accounts die van origine webbased worden beheerd) zoals Microsoft(Outlook/Hotmail/Live/MSN; www.outlook.com), Gmail (www.gmail.com) en Yahoo!(http://mail.yahoo.com) kunnen ook vrijwel alle door internetproviders verstrekte e-mailadressen (die normaalgesproken gebruik maken van het POP3-/SMTP-protocol) webbased worden beheerd. Een overzicht van inlogpagina’s van de meest populaire Nederlandse en Belgische webmailproviders:

POP-ACCOUNTS BEHEREN VIA WWW.OUTLOOK.COM

Wat velen niet weten, is dat via de webmailservice www.outlook.com niet alleen e-mailadressen van Microsoft (zoals Outlook, Hotmail of Live) maar tegelijkertijd ook POP-accounts (bijvoorbeeld het e-mailadres van uw internetprovider) kunnen worden beheerd. Een POP-account kan worden toegevoegd via het tandwieltje (rechts bovenin de website), Opties, link Je e-mailaccounts, knop Toevoegen aan account voor verzenden en ontvangen, linkGeavanceerde opties. Vul hier de account- en servergegevens in en doorloop tot slot nog de verificatieprocedure (per e-mail wordt gecontroleerd of u wel de eigenaar bent). Nadeel is wel dat de e-mail vertraagd binnenkomt en dat bij verzonden e-mail naast het gebruikte e-mailadres tevens het e-mailadres van Microsoft wordt vermeld.


 


‘Webmail’-accounts vanuit een e-mailprogramma beheren

Hoewel het webbased beheren van e-mail voordelen biedt (met name wanneer het account op verschillende locaties moet kunnen worden ingezien), werkt het minder prettig dan het gebruik van een e-mailprogramma. Om deze reden bieden veel 'webmail'-providers de mogelijkheid de e-mail tevens vanuit een e-mailprogramma te beheren via POP3/SMTP en/of IMAP. Zo verlenen Gmail- enMicrosoft-accounts beide ondersteuning voor het POP3-protocol.

POP-instellingen voor Gmail

Voordat Gmail als POP-account vanuit een e-mailprogramma kan worden beheerd, moet eerst vanuit de webmail de optie POP worden ingeschakeld (via het tandwiel, Instellingen, tabblad Doorsturen en POP/SMTP; zie ook http://mail.google.com/support/bin/answer.py?answer=13273) en moet voor het betreffende e-mailpromma een uniek app-wachtwoord worden aangemaakthttps://security.google.com/settings/u/1/security/apppasswords?pli=1. Geef bij het afstellen van het POP-account het e-mailadres en bijbehorend wachtwoord als inloggegevens op. De benodigde mailservers zijn pop.gmail.com (voor inkomende e-mail) en smtp.gmail.com (voor uitgaande e-mail). Voor toegang tot de server voor uitgaande e-mail van Gmail is verificatie vereist, deze optie kan in het e-mailprogramma via de aanvullende instellingen/eigenschappen van het account worden geactiveerd. De verbindingen met de POP3- en SMTP-server moeten worden beveiligd met SSL (voor een versleutelde verbinding). Gebruik voor POP3-poort 995 en voor SMTP-poort 465 (ook deze instellingen kunnen via de aanvullende instellingen/eigenschappen van het account worden gewijzigd). In plaats van poort 465 (in combinatie met SSL) kan ook poort 587 (in combinatie metTLS/startTLS) worden gebruikt.

POP-instellingen Gmail in Outlook

(voorbeeld POP-instellingen Gmail in Outlook)

LET OP: Wilt u uw Google-account beter beveiligen? Lees dan de informatie over Google authenticatie in twee stappen.

POP-instellingen voor Microsoft-accounts

Ook de Microsoft-accounts (e-mailadressen van Outlook, Hotmail, Live en MSN kunnen als POP-account vanuit een e-mailprogramma worden beheerd. Hiervoor moet wel eerst POP worden ingeschakeld via de webmailservice www.outlook.com, tandwieltje, Opties, optie Verbinding maken met apparaten en apps via POP. Geef bij het afstellen van het POP-account het e-mailadres en bijbehorend wachtwoord op. De benodigde mailservers zijn pop3.live.com (voor inkomende e-mail) en smtp.live.com (voor uitgaande e-mail). Voor toegang tot de server voor uitgaande e-mail van een Microsoft-account  is verificatie vereist, deze optie kan in het e-mailprogramma via de aanvullende instellingen/eigenschappen van het account worden geactiveerd. De verbindingen met de POP3- en SMTP-server moeten worden versleuteld met SSL. Gebruik voor POP3 poort 995 en voor SMTP poort25 (ook deze instellingen kunnen via de aanvullende instellingen/eigenschappen van het account worden gewijzigd). Ontstaan problemen bij het verzenden via poort 25, probeer dan poort 587.

POP-instellingen Hotmail in Windows Live Mail

(voorbeeld POP-instellingen Hotmail in Windows Live Mail)

POP3-ONDERSTEUNING OUTLOOK/LIVE/HOTMAIL/MSN

In Windows Live Mail is het niet mogelijk een Microsoft-account (Outlook, Live, Hotmail- of MSN) op de reguliere wijze als POP-account toe te voegen. Dit probleem is eenvoudig te verhelpen door bij het aanmaken van het nieuwe account de optie Serverinstellingen handmatig configureren te activeren. In Windows Mail en Outlook Express is deze optie niet beschikbaar, maar ook hier is het probleem eenvoudig op te lossen door eerst een niet bestaand e-mailadres op te geven (bijvoorbeeld xxx@xxx.nl). Nadat het nieuwe account is toegevoegd, kan het e-mailadres worden gecorrigeerd (via ExtraAccounts (selecteer het account), Eigenschappen, tabblad Algemeen).


E-mailaccount vanaf verschillende locaties beheren

Soms is het handig wanneer een account vanaf verschillende computers en/of locaties kan worden beheerd, bijvoorbeeld voor het inzien van privémail op het werk of tijdens vakantie.

Berichten op de mailserver laten staan

Wordt de e-mail vanaf verschillende locaties beheerd dan kan het interessant zijn om de e-mailberichten op de mailserver te laten staan (in ieder geval lang genoeg om ze op de verschillende locaties te kunnen downloaden). Bij HTTPS- en IMAP-protocollen blijft de complete mailbox standaard online en hoeft er dus geen extra actie ondernomen te worden. Het wordt iets lastiger wanneer het POP3-protocol wordt toegepast, volgens de standaard instellingen van POP worden de berichten namelijk direct van de mailserver verwijderd nadat ze met het e-mailprogramma zijn gedownload (ze zijn dan dus niet meer op een andere locatie met webmail of het IMAP-protocol te benaderen). Vanuit het mailprogramma is echter in te stellen dat kopieën van de opgehaalde berichten al dan niet voor bepaalde tijd op de mailserver moeten blijven staan (zie kader). De verzonden berichten zijn bij het toepassen van POP sowieso alleen toegankelijk vanuit het gebruikte e-mailprogramma.

VOLLE MAILBOX: BERICHTEN VAN DE SERVER VERWIJDEREN

Houd er rekening mee dat providers een limiet stellen aan de ruimte die e-mail-accounts op hun server mogen innemen (de maximaal toegestane opslagcapaciteit van de mailbox verschilt per provider). Is de mailbox vol dan worden alle nieuwe berichten onbestelbaar retour gezonden (hetgeen je pas door hebt als iemand je daarop attendeert...) Er zal dan eerst ruimte moeten worden vrijgemaakt voordat weer nieuwe e-mail kan worden ontvangen. Wordt de e-mail webbased of met IMAP beheerd dan zal de mailbox handmatig moeten worden opgeschoond. De mailbox van een via het POP3-protocol beheerd account zal doorgaans niet zo snel vollopen omdat de berichten direct na downloaden van de server worden verwijderd. Is vanuit het e-mailprogramma een optie geactiveerd om kopieën op de mailserver achter te laten, geef dan wel aan dat de berichten na een bepaald aantal dagen automatisch van de server moeten worden verwijderd anders loopt de gereserveerde serverruimte alsnog vol (de berichten worden overigens pas verwijderd nadat ze daadwerkelijk zijn gedownload, er zal dus geen e-mail verloren raken). Bij Outlook ExpressWindows Mail en Windows Live Mail staat deze optie onder tabblad Accounts, knop Eigenschappen, tabblad Geavanceerd. Bij Outlook 2010 en 2013 kan dit worden ingesteld via tabblad Bestand, knop Accountinstellingen en bij eerdere versies van Outlook via ExtraE-mailaccounts, knop Volgende. Selecteer hier het betreffende account, knop Wijzigen, knop Meer instellingen, tabblad Geavanceerd.

Berichten automatisch van de server verwijderen.
 


E-mail met SMTP versturen via een andere internetverbinding

Om bij misbruik te kunnen ingrijpen, moet een provider de verzender van een via hun mailserver verzonden e-mail altijd kunnen identificeren. Bij geconstateerd misbruik kan het betreffende account de toegang tot de SMTP-server worden geblokkeerd of zelfs van internet worden afgesloten. Dit is vrij eenvoudig omdat bij het verzenden van e-mail standaard het (door diezelfde internetprovider uitgegeven) IP-adres wordt meegezonden waardoor achteraf altijd nog kan worden achterhaald via welke internetaansluiting de e-mail is verzonden. Omdat de verzender dus reeds aan het IP-adres kan worden geïdentificeerd, is het niet meer noodzakelijk ook nog eens de inloggegevens mee te sturen bij het verzenden van e-mail via de SMTP-server (de inloggegevens worden dan alleen gebruikt voor het ophalen van e-mail via de POP3-server).

Identificatie via het IP-adres is echter alleen mogelijk wanneer de internetverbinding en de SMTP-server door dezelfde provider worden beheerd. Wordt van internetprovider gewisseld, de computer op een andere internetverbinding aangesloten (bijvoorbeeld op het werk of tijdens vakantie) en/of de e-mail vanaf een andere computer beheerd dan zijn de gebruikte internetverbinding en de ingestelde SMTP-server zeer waarschijnlijk niet meer van dezelfde provider afkomstig. Omdat de verzender zo niet meer kan worden geïdentificeerd, wordt het verzenden van e-mail standaard geblokkeerd. In dergelijke gevallen biedt een van de volgende oplossingen wellicht uitkomst:

  • SMTP-authenticatie toepassen: Bij authenticatie identificeert de gebruiker zich door de inloggegevens (gebruikersnaam en wachtwoord) mee te sturen. Uit veiligheidsoverwegingen wordt deze methode echter niet door elke provider ondersteund! Het toepassen van SMTP-authenticatie kan bij de instellingen van het e-mailaccount worden geactiveerd (voor Outlook Express, Windows Mail en Windows Live Mail via knop Eigenschappen, tabblad Servers, activeer de optie Voor deze server is verificatie vereist; voor Outlook via de knop Meer instellingen, tabblad Server voor uitgaande e-mail).
  • SMTP-server aanpassen: Wordt SMTP-authenticatie niet ondersteund dan kan altijd nog de SMTP-server worden gebruikt van de internetprovider waarmee een internetverbinding tot stand is gebracht. Nadat de internetprovider via www.whatismyipaddress.com is achterhaald kan met een Google-zoekopdracht (bijvoorbeeld “SMTP XS4ALL”) de benodigde gegevens van hun SMTP-server worden achterhaald.
  • Webbased e-mailen: Bij de meeste providers kan de e-mail ook webbased worden beheerd. Voor het versturen van e-mail via webmail wordt er geen gebruik van de SMTP-server gemaakt, er zullen dan ook geen authenticatieproblemen ontstaan.
  • Webmailadres als POP-account gebruiken: De accounts van Microsoft en Gmail worden normaal via webmail beheerd maar bieden tevens ondersteuning voor het POP3-protocol waardoor ze ook lokaal in een e-mailprogramma beheerd kunnen worden. Door voor het verzenden van e-mail de SMTP-server van de betreffende webmailprovider te gebruiken, kan vanaf elke internetverbinding e-mail worden verzonden.

Veilig omgaan met inloggegevens

Het lijkt wellicht vanzelfsprekend dat de inloggegevens geheim moeten blijven om te voorkomen dat onbevoegden toegang tot de mailbox kunnen krijgen, maar toch gebeurt het nog maar al te vaak dat onbevoegden het wachtwoord weten te achterhalen... Een aantal tips om de inloggegevens veilig te houden:

  • Wordt het account op een openbare computer of de computer van anderen beheerd dan is het laten opslaan van de inloggegevens (en dan met name het wachtwoord) niet verstandig. Heeft u dit toch gedaan, wijzig dan zo snel mogelijk het wachtwoord!
  • Menig webmailaccount heeft een optie om het wachtwoord middels een persoonlijke vraag opnieuw in te stellen wanneer deze vergeten is. Ga hier voorzichtig mee om: soms is de gekozen vraag (en dus ook het antwoord) wel erg voor de hand liggend, of wordt het antwoord u terloops afhandig gemaakt door ernaar te vragen zonder dat u er erg in heeft!
  • Wijzig het wachtwoord af en toe (zeker in geval van een POP-account, aangezien deze in de meeste gevallen gebruik maakt van een onbeveiligde verbinding voor het communiceren met de mailserver!).
  • Maak indien mogelijk gebruik van de ‘verificatie in twee stappen’ (oftewel dubbele authenticatie voor de controle van de identiteit). Deze extra beveiligingsoptie wordt onder andere door Microsoft en Gmail aangeboden.

Maak (zo mogelijk) gebruik van een beveiligde SSL-verbinding

Menig computergebruiker heeft het e-mailprogramma de gehele dag open staan en laat elke 5 of 10 minuten controleren of er nieuwe e-mail is, veelal meerdere accounts tegelijk. Velen zijn er echter niet van bewust dat het e-mailwachtwoord bij een standaard POP-account gewoon open en bloot wordt meegestuurd wanneer wordt gecommuniceerd met de mailserver. En dat dus vaak tientallen malen per dag! Vooral bij het downloaden van e-mail via een andere dan de eigen internetprovider is het zaak op te passen. Het e-mailverkeer gaat dan over meerdere (mogelijk malafide) servers.

Soms is het de oplossing gebruik te maken van een met SSL beveiligde verbinding zoals dat ook bij het IMAP-protocol wordt toegepast. De optie voor het beveiligen van de verbinding met SSL kan bij de geavanceerde e-mailinstellingen worden geactiveerd, maar wordt niet door alle e-mailproviders ondersteund. U kunt erachter komen hoe dat bij uw account is geregeld door de website van de provider erop na te slaan of door het gewoonweg uit te proberen.

Tips bij het versturen van e-mail

De volgende tips kunnen interessant zijn bij het versturen van e-mail:

  • Opgemaakte of platte tekst
    Een e-mail kan met opgemaakte (HTML) of platte tekst worden verstuurd. Op platte tekst is geen opmaak toegepast en daarom neemt het beduidend minder ruimte (en dus ook minder bandbreedte) in beslag. Volgens de standaard instellingen wordt opgemaakte tekst gebruikt maar deze kan desgewenst worden aangepast via de instellingen van het e-mailprogramma.
  • De tekengrootte
    De tekstgrootte van een openstaand e-mailbericht kan worden vergroot of verkleind door deCTRL-toets ingedrukt te houden en tegelijkertijd met het muiswieltje te scrollen. NB: deze optie wordt niet door alle e-mailprogramma’s ondersteund.
  • Eerder gebruikte e-mailadressen
    Bij het invullen van de eerste letter(s) van een e-mailadres in het AAN-, CC- of BCC-veld verschijnen vanzelf de eerder gebruikte e-mailadressen. Namen die niet meer relevant zijn, kunnen gemakkelijk met het naastgelegen kruisje of de DEL-toets (op het moment dat het adres is gemarkeerd) worden verwijderd. NB: ook deze optie wordt niet door alle e-mailprogramma’s ondersteund.
  • Kopie naar derden sturen (CC en BCC)
    Met het adresveld CC (Carbon Copy) kan een kopie van het bericht naar derden worden verstuurd. Heb je liever niet dat de geadresseerde in het AAN-veld weet dat een kopie van het bericht ook aan derden is verzonden, gebruik dan het BCC-veld (Blind Carbon Copy). Is deze optie niet direct zichtbaar in het e-mailbericht, klik dan eerst op de AAN- of CC-knop (hiermee opent het contactpersonenoverzicht inclusief BCC-knop).
  • Verzenden aan meerdere geadresseerden tegelijk
    Ter voorkoming van misbruik van uw e-mailadres én die van anderen is het raadzaam voorzichtig om te gaan met het AAN-veld wanneer een e-mail aan meerdere e-mailadressen tegelijk wordt verzonden. Worden de geadresseerden namelijk allen in het AAN-veld gezet, dan kan elke ontvanger de namen en e-mailadressen van de medeontvangers zien. Het mag duidelijk zijn dat deze verspreiding van e-mailadressen niet altijd wenselijk is. Is het niet noodzakelijk dat de ontvangers elkaars e-mailadres kunnen zien dan kan beter de BCC-functie worden gebruikt. Plaats de e-mailadressen van de geadresseerden in het BCC-veld en zet het eigen e-mailadres in hetAAN-veld. De e-mail wordt zodoende naar uzelf verstuurd en de geadresseerden krijgen ieder een blind copy.
  • Verzenden naar een groep ontvangers
    Een bericht kan ook middels een vooraf aangemaakte groep (Outlook Express, Windows Mail), categorie (Windows Live Mail) of distributielijst (Outlook) naar meerdere geadresseerden tegelijk worden verstuurd. Dat is vooral handig wanneer regelmatig naar dezelfde groep wordt gemaild. Gaat het om echt grote aantallen dan is het verstandiger een nieuwsbriefprogramma te gebruiken.

De volgende tips hebben betrekking op het versturen van bijlagen per e-mail:

  • Bijlage te groot om te verzenden
    Soms kan een e-mail met een groot bestand in de bijlage niet worden afgeleverd omdat de mailbox van de ontvanger vol of niet groot genoeg is. Met een service als www.wetransfer.com kan zo'n bestand toch nog worden verstuurd. Een andere optie is de online opslagdienst Dropbox: plaats het bestand in de dropbox en stuur de ontvanger per e-mail een downloadlink.
  • Versleutelen van een te versturen bijlage
    Voordat vertrouwelijke informatie als bijlage van een e-mail of via WeTransfer wordt verstuurd, kan deze beter eerst door middel van encryptie worden beveiligd. Het risico bestaat namelijk dat een bericht onderweg wordt onderschept waardoor vertrouwelijke informatie in de verkeerde handen kan komen. AxCrypt (download: www.axantum.com/AxCrypt) is een zeer goed bruikbaar en gratis encryptieprogramma. Met enkele klikken wordt een versleuteld bestand aangemaakt dat veilig per e-mail kan worden verzonden. De ontvangende partij hoeft de software niet te installeren, alleen de sleutel is voldoende om het bestand weer uit te pakken. Bijkomend voordeel is dat het bestand tevens gezipt wordt zodat de bijlage aanzienlijk in omvang afneemt.
  • Een afbeelding in een e-mailbericht plakken
    Een met de PrtScrn-toets op het klembord geplaatste afbeelding kan alleen met CTRL-V in een e-mail worden geplakt wanneer HTML als opmaak wordt gebruikt. NB: deze optie wordt niet door alle e-mailprogramma’s ondersteund.
  • Een verzameling afbeeldingen mailen
    Door foto's in origineel formaat aan een e-mail toe te voegen, wordt het bericht al snel erg omvangrijk. Het verzenden duurt dan erg lang of mislukt (bijvoorbeeld omdat de beschikbare ruimte in de mailbox van de geadresseerde ontoereikend is, of omdat het bericht de door de provider opgelegde maximaal toegestane grootte overschrijdt). Moeten meerdere foto's tegelijk per e-mail worden verstuurd dan kan je ze eventueel verkleind toevoegen. Dat kan erg gemakkelijk vanuit de Windows Verkenner (mits gebruik wordt gemaakt van een e-mailprogramma): selecteer de te verzenden foto's, klik met rechts op de selectie en kies Kopiëren naarE-mailgeadresseerde. In het volgende venster wordt gevraagd of de afbeeldingen in oorspronkelijk of verkleind formaat toegevoegd moet worden (de originele bestanden blijven ongewijzigd!). Let wel: dit gaat altijd ten koste van de kwaliteit, verkleinde bestanden zijn daarom niet meer geschikt om scherp af te drukken!

Afbeeldingen verkleinen bij het verzenden per e-mail

Veelvoorkomende problemen

Een specifieke e-mail wordt steeds opnieuw gedownload

Wordt een e-mail steeds opnieuw door het mailprogramma gedownload, verwijder het betreffende bericht dan eens via de webmail-omgeving van het betreffende account. Meestal is het probleem daarmee opgelost.

Slechte leesbaarheid door te kleine tekengrootte

Is het beeldscherm aan de kleine kant of is de resolutie hoog dan kan dat ten koste gaan van de leesbaarheid. Met de CTRL-toets in combinatie met het scroll-wieltje van de muis is de tekengrootte van e-mailberichten echter eenvoudig te vergroten (en zo nodig natuurlijk ook te verkleinen...).

Hyperlinks in e-mail werken niet meer

Is het niet meer mogelijk een in een e-mailbericht aangeklikte hyperlink automatisch in de browser te openen of is er sprake van andere aanverwante onregelmatigheden? Stel dan Microsoft Edge (of een willekeurige andere browser) in als standaard browser via Instellingen, onderdeel Systeem, subStandaard-apps, link Standaardapp instellen door app (onderin het scherm), selecteer Microsoft Edge, selecteer optie Dit programma als standaard instellen. Lost het probleem hiermee niet op, voeg dan met de registereditor de registerwaarde URL Protocol als tekenreekswaarde (zonder waarde) toe aan de registersleutel HKLM\SOFTWARE\Classes\mailto. Controleer tevens of de tekenreeks (Standaard) van de registersleutel HKCR\.html de waarde htmlfile heeft. Niet werkende links in Outlook-mail zijn ook op te lossen met de Fix-it van Microsoft (download:https://support.microsoft.com/nl-nl/kb/310049).

Openen van ontoegankelijke bijlagen

Sommige typen bijlagen worden volgens de standaard instellingen automatisch door het e-mailprogramma geblokkeerd. Zo worden alle uitvoerbare bestandstypen waarvan bekend is dat ze schadelijk voor het systeem kunnen zijn (bijvoorbeeld EXECOMJSVBS, etc.) uit veiligheidsoverwegingen ontoegankelijk gemaakt (dat wordt dan kenbaar gemaakt door middel van een informatiebalk bovenin het e-mailbericht). Gelukkig kan deze beveiliging eenvoudig worden omzeild, maar bedenk wel dat deze veiligheidsmaatregel er niet voor niets is! Gebruik deze handelswijze dan ook alleen wanneer u de afzender en/of bijlage vertrouwt.

Vanuit Outlook Express (Windows XP), Windows Mail (Windows Vista) en Windows Live Mail kan deze beveiliging eenvoudig worden omzeild door als ontvanger van het e-mailbericht te klikken opDoorsturen waarna de bijlage opeens wél toegankelijk wordt. Bij Outlook gaat deze vlieger niet op, hier kan de bijlage alleen met een registeringreep toegankelijk worden gemaakt. Omdat een dergelijke ingreep niet praktisch is, kan beter gebruik worden gemaakt van OutlookTools (download:www.howto-outlook.com/products/outlooktools.htm) of .

Na installatie krijgt Outlook bij het onderdeel ExtraOpties een extra tabblad met de naamAttachment Security & Options. Op dit tabblad kunnen extensies aan de veilige lijst worden toegevoegd waarna bijlagen met de betreffende extensie probleemloos kunnen worden geopend. Een geblokkeerd bestand kan het snelst worden geopend door op de knop Move All te klikken (Outlookmoet vervolgens wel eerst opnieuw worden opgestart voordat de bijlage kan worden geopend). Het is verstandig daarna de oude instellingen weer te herstellen (via hetzelfde tabblad, de knop Remove All). De computer blijft zodoende goed beveiligd tegen eventuele schadelijke bijlagen.

Openen van per e-mail ontvangen bijlagen lukt niet meer

Een sporadisch voorkomend probleem is het niet meer kunnen openen van een per e-mail ontvangen bijlage (terwijl de bijbehorende software wel degelijk is geïnstalleerd). De bestanden laten zich dan alleen openen door ze op de interne schijf op te slaan en vervolgens vanaf die locatie met het bijbehorende programma te openen. Per geval gaat het steeds om slechts één specifiek bestandstype, bijvoorbeeld .DOCX (Word-documenten), .XLSX (Excel-bestanden), .PDF (PDF-bestanden), etc. Dit probleem wordt veroorzaakt door het niet naar behoren functioneren van een specifieke bestandsassociatie (de link die Windows legt tussen een bestand en het bijbehorende programma). Deze associaties worden per bestandstype opgeslagen in de registersleutel HKEY_CLASSES_ROOT.

De onjuiste bestandsassociatie kan met een registerwijziging weer worden hersteld. Dit kan het gemakkelijkst door gebruik te maken van de registerinstellingen van een andere computer (eentje die geen problemen heeft met het openen van de betreffende bijlage). Dat gaat als volgt: open deregistereditor en exporteer de bij de betreffende extensie behorende registerinstellingen via Bestand,Exporteren naar een registerbestand (voor bestandsbijlagen met de extensie .DOCX gaat het bijvoorbeeld om de registersleutel HKCR\.DOCX). Neem het aangemaakte registerbestand mee naar de probleemcomputer (bijvoorbeeld met behulp van een USB-stick) en importeer deze door op het registerbestand te dubbelklikken of door deze met de registereditor in het register te importeren (Bestand, Importeren). Voor deze procedure is het wel noodzakelijk dat het bij het bestandstype behorende programma op beide computers is geïnstalleerd.

TIP: Voor sommige bestandstypen kunnen de bestandsassociaties eventueel ook vanaf de DougKnox-website worden gedownload (deze zijn geschikt voor zowel Windows XP als Windows Vista).

Zie tevens de pagina over ongewenste e-mail (SPAM) en het instellen van een spamfilter en de pagina over het automatisch versturen van e-mail met een factuur in PDF-formaat.

Delen

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!